Jager versus Koopjesjager

We jagen op koopjes en welvaart. Voor de toekomst van onze kinderen zouden we meer moeten leven als jager, in harmonie met onze omgeving.

Onze voorgangers, jagers, leefden van wat de natuur hen gaf op hun tochten door het landschap, zoals bijvoorbeeld bessen, honing, noten, insecten en andere kleine dieren. Jagers werden boeren waardoor ze vaste woonplaatsen kregen. Ze omringden zich met gewassen en dieren om van te leven.  Zo hebben onze voorgangers vele eeuwen geleefd, in harmonie met de natuur.

Al 200 jaar geleden probeerden boeren de productie te verhogen. Die ontwikkeling kwam in een stroomversnelling door de invoering van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Toenemende groei van consumptie in een steeds welvarender wereld was het nieuwe perspectief.

Pas in de zeventiger jaren van de vorige eeuw beseft men dat er grenzen zijn aan groei, in toename van de wereldbevolking, industrialisatie, voedselproductie, uitputting van grondstoffen en milieuvervuiling. De jagers en boeren van weleer zijn veelal consumenten geworden. We willen meer en meer…

Steeds meer raken we er nu van overtuigd, dat ons consumentengedrag moet veranderen. Geen koopjes jagen, slechts datgene kopen, wat we echt nodig hebben en wat gemaakt is met respect voor mens en milieu. Alleen zo kunnen we de toekomst van ons allen waarborgen.

In deze tentoonstelling proberen we de ontwikkeling van zelfvoorziening tot bewuste consument te verbeelden.

Geplande tentoonstellingen

9 augustus 2020 tot 11 april 2021
Oogsten

29 november 2020 tot 4 januari 2021
Iconen

Wie wat bewaart….

Wie wat bewaart…

Wanneer je een blik werpt in de kelder van de oude boerderij in Openluchtmuseum de Locht, zie je een hele voorraad staan.

Om in tijden van schaarste toch voldoende op tafel te krijgen en omdat je in tijden van overvloed niet alles kon consumeren, werden groente, fruit en vlees geconserveerd. Het voedsel bederft dan minder snel en mensen worden minder snel ziek. Ongewenste bacteriën, schimmels en gisten worden door conserveren gedood of de groei ervan tot stilstand gebracht.

Het grootste gedeelte werd tot halverwege de vorige eeuw “geweckt”, gesteriliseerd in glas in een weckketel. (Genoemd naar de uitvinder Weck). In de kelder zien we ook twee grote Keulse potten staan. Daarin zaten snijbonen en zuurkool. De snijbonen werden ingelegd in zout, bij de versnipperde witte kool kwam ook nog een scheut karnemelk. Suiker, alcohol en zuur werden ook gebruikt om te conserveren, denk aan jam, kersen op brandewijn en augurkjes in het zuur. Worsten en bonen liet men drogen, ham werd gerookt en gedroogd. De hammen en worsten hingen op zolder en boven het fornuis.

Rond de 60er jaren begon men producten in te vriezen. Bij die methode en door de snelle verwerking blijven meer smaak- en voedingsstoffen behouden. Tegenwoordig maakt men gebruik van hogedrukpasteurisatie wat de smaak nog meer ten goede komt.

Deze tentoonstelling is te zien vanaf 4 juli 2020.

De meisjes van het confectieatelier

In het textielpaviljoen is tot 27 juli 2020 de tentoonstelling “Meisjes van het confectieatelier” te zien.

In 1954 wilde Hendrik van Og in Horst een confectieatelier starten. Burgemeester Gijsen was enthousiast, met name vanwege de werkgelegenheid die het zou bieden aan de vele meisjes uit de grote katholieke families. De enige mogelijkheid  om te werken was destijds in het huishouden, in de landbouw of dienstbode worden in de “stad”. Daar leerde je het huishouden en kreeg je ook een keurige opvoeding.

De deken was er minder gelukkig mee en preekte:”Vrouwen horen in de keuken, op het land of in het kraambed”. Meneer van Og beloofde de werkdag te starten met een kort gebed en uiteindelijk werd in 1955 het atelier geopend. Waren de ouders aanvankelijk nog  huiverig om hun dochters “in de fabriek” te laten werken en moest het bedrijf meisjes uit de omgeving werven, later werd het werken in het confectieatelier volledig geaccepteerd.

Eind zestiger jaren brak een moeilijke tijd aan voor de confectie-industrie. De lonen stegen explosief en de confectie verplaatste zich langzaam naar  lagelonenlanden. Zo ging het hier ook en de ontslagen volgden. De aankondiging van het einde van de confectie-industrie in Horst.