Jager versus Koopjesjager

Te zien tot 1 maart 2021

We jagen op koopjes en welvaart. Voor de toekomst van onze kinderen zouden we meer moeten leven als jager, in harmonie met onze omgeving.

Onze voorgangers, jagers, leefden van wat de natuur hen gaf op hun tochten door het landschap, zoals bijvoorbeeld bessen, honing, noten, insecten en andere kleine dieren. Jagers werden boeren waardoor ze vaste woonplaatsen kregen. Ze omringden zich met gewassen en dieren om van te leven.  Zo hebben onze voorgangers vele eeuwen geleefd, in harmonie met de natuur.

Al 200 jaar geleden probeerden boeren de productie te verhogen. Die ontwikkeling kwam in een stroomversnelling door de invoering van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Toenemende groei van consumptie in een steeds welvarender wereld was het nieuwe perspectief.

Pas in de zeventiger jaren van de vorige eeuw beseft men dat er grenzen zijn aan groei, in toename van de wereldbevolking, industrialisatie, voedselproductie, uitputting van grondstoffen en milieuvervuiling. De jagers en boeren van weleer zijn veelal consumenten geworden. We willen meer en meer…

Steeds meer raken we er nu van overtuigd, dat ons consumentengedrag moet veranderen. Geen koopjes jagen, slechts datgene kopen, wat we echt nodig hebben en wat gemaakt is met respect voor mens en milieu. Alleen zo kunnen we de toekomst van ons allen waarborgen.

In deze tentoonstelling proberen we de ontwikkeling van zelfvoorziening tot bewuste consument te verbeelden.

De oogst

Te bezoeken. tot half juni 2021

Voor onze levensmiddelen/boodschappen gaan we naar de supermarkt. Toen er nog een supermarkt was moest je zelf voor je eten zorgen.  Je leefde van wat het land, de tuin en de dieren opbrachten.

Dit begon al in het voorjaar met spitten en ploegen, zaaien en poten, wieden en schoffelen. Blijft het weer goed? Te veel of te weinig regen, soms een late nachtvorst, ongedierte in het gewas. De opbrengst van de tuin en het land  bepaalde of er de komende winter voldoende eten was voor dier en mens.

Het oogsten was een groot karwei en er waren veel handen nodig om de oogst op tijd binnen te halen. De hele buurt hielp bij het binnenhalen van de oogst.

Het graan werd met een korte zeis of zicht gemaaid. Het afgemaaide graan werd meestal door de vrouwen en meisjes tot garven gebonden. Deze garven werden met 8 stuks rechtop bij elkaar gezet tot hoppers om te drogen. Wanneer deze goed droog waren werden ze met een hooivork op een wagen geladen, om ze vervolgens in de schuur of op een hooimijt op te slaan. Naderhand nam de maaimachine, voortgetrokken door paarden, het werken met de zeis over. Het binden deed men nog handmatig. Nog later kwamen maaimachines, die het koren kant en klaar afleverden.

Het was hard werken in de oogsttijd maar het was ok een gezellige aangelegenheid. Tussen de werkzaamheden door ging men, ergens op het veld, bij elkaar zitten om het meegenomen brood op te eten. Als alles was gemaaid werden de maaiers getrakteerd op een glaasje foezel, een zelf gestookte graanjenever. In veel plaatsen werd op laatste zondag in juni het oogstfeest (of oogstdankfeest) gevierd. In Limburg heet dit maaierszondag.

Wie wat bewaart…

Te zien tot 1 januari 2021

Wanneer je een blik werpt in de kelder van de oude boerderij in Openluchtmuseum de Locht, zie je een hele voorraad staan.

Om in tijden van schaarste toch voldoende op tafel te krijgen en omdat je in tijden van overvloed niet alles kon consumeren, werden groente, fruit en vlees geconserveerd. Het voedsel bederft dan minder snel en mensen worden minder snel ziek. Ongewenste bacteriën, schimmels en gisten worden door conserveren gedood of de groei ervan tot stilstand gebracht.

Het grootste gedeelte werd tot halverwege de vorige eeuw “geweckt”, gesteriliseerd in glas in een weckketel. (Genoemd naar de ondernemer Weck). In de kelder zien we ook twee grote Keulse potten staan. Daarin zaten snijbonen en zuurkool. De snijbonen werden ingelegd in zout, bij de versnipperde witte kool kwam ook nog een scheut karnemelk. Suiker, alcohol en zuur werden ook gebruikt om te conserveren, denk aan jam, kersen op brandewijn en augurkjes in het zuur. Worsten en bonen liet men drogen, ham werd gerookt en gedroogd. De hammen en worsten hingen op zolder en boven het fornuis.

Rond de 60er jaren begon men producten in te vriezen. Bij die methode en door de snelle verwerking blijven meer smaak- en voedingsstoffen behouden. Tegenwoordig maakt men gebruik van hogedrukpasteurisatie wat de smaak nog meer ten goede komt.

Beluister hier de HistoBistro Podcast over dit onderwerp.

Geplande tentoonstellingen

2021 : “Iconen”


Ook in 2020 en 2021:

Openluchtmuseum de Locht doet mee aan het Europese INTERREG-project ‘Natuur en Cultuur tussen Rijn en Maas’.
Klik voor meer informatie