Jager versus Koopjesjager

"JAGER VERSUS KOOPJESJAGER ".

De nieuwe tentoonstelling "JAGER VERSUS KOOPJESJAGER " is vanaf 17 juni te bezichtigen in het museum.

Geplaatst door Openluchtmuseum de Locht op Donderdag 4 juni 2020

We jagen op koopjes en welvaart. Voor de toekomst van onze kinderen zouden we meer moeten leven als jager, in harmonie met onze omgeving.

Onze voorgangers, jagers, leefden van wat de natuur hen gaf op hun tochten door het landschap, zoals bijvoorbeeld bessen, honing, noten, insecten en andere kleine dieren. Jagers werden boeren waardoor ze vaste woonplaatsen kregen. Ze omringden zich met gewassen en dieren om van te leven.  Zo hebben onze voorgangers vele eeuwen geleefd, in harmonie met de natuur.

Al 200 jaar geleden probeerde boeren de productie te verhogen. Die ontwikkeling kwam in een stroomversnelling door de invoering van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Toenemende groei van consumptie in een steeds welvarender wereld was het nieuwe perspectief.

Pas in de zeventiger jaren van de vorige eeuw beseft men dat er grenzen zijn aan groei, in toename van de wereldbevolking, industrialisatie, voedselproductie, uitputting van grondstoffen en milieuvervuiling. De jagers en boeren van weleer zijn veelal consumenten geworden. We willen meer en meer…

Steeds meer raken we er nu van overtuigd, dat ons consumentengedrag moet veranderen. Geen koopjes jagen, slechts datgene kopen, wat we echt nodig hebben en wat gemaakt is met respect voor mens en milieu. Alleen zo kunnen we de toekomst van ons allen waarborgen.

In deze tentoonstelling proberen we de ontwikkeling van zelfvoorziening tot bewuste consument te verbeelden.

De meisjes van het confectieatelier

In het textielpaviljoen is tot 26 juli 2020 de tentoonstelling “Meisjes van het confectieatelier” te zien.

In 1954 wilde Hendrik van Og in Horst een confectieatelier starten. Burgemeester Gijsen was enthousiast, met name vanwege de werkgelegenheid die het zou bieden aan de vele meisjes uit de grote katholieke families. De enige mogelijkheid  om te werken was destijds in het huishouden, in de landbouw of dienstbode worden in de “stad”. Daar leerde je het huishouden en kreeg je ook een keurige opvoeding.

De deken was er minder gelukkig mee en preekte:”Vrouwen horen in de keuken, op het land of in het kraambed”. Meneer van Og beloofde de werkdag te starten met een kort gebed en uiteindelijk werd in 1955 het atelier geopend. Waren de ouders aanvankelijk nog  huiverig om hun dochters “in de fabriek” te laten werken en moest het bedrijf meisjes uit de omgeving werven, later werd het werken in het confectieatelier volledig geaccepteerd.

Eind zestiger jaren brak een moeilijke tijd aan voor de confectie-industrie. De lonen stegen explosief en de confectie verplaatste zich langzaam naar  lagelonenlanden. Zo ging het hier ook en de ontslagen volgden. De aankondiging van het einde van de confectie-industrie in Horst. 

Geplande tentoonstellingen

16 augustus 2020 tot 11 april 2021
Oogsten

28-juni 2020 tot 4 januari 2021
“Toen er nog geen super was: Van conservering tot de slacht”

29 november 2020 tot 4 januari 2021
Iconen