Windwatermolen

In 2002 maakten we een plan om wat meer dynamiek op de binnenplaats van het museum te realiseren. Een watermolen leek ons een leuk idee, met stromend water van een beek of sloot. Maar stromend water is er niet bij het museum. Er is wel wind!  Een windwatermolen zouden we in de vijver kunnen plaatsen, die achter op het terrein ligt. Met behulp van wind zouden we water in beweging kunnen brengen, rond kunnen pompen en zo de kwaliteit van het water verbeteren. Dus besloten we op zoek te gaan naar een windwatermolen.

In de regio werden windwatermolens weinig gebruikt. Dus het moest van ver komen. Bij Giethoorn in Overijssel is een waterrijk natuurgebied, de Weerribben. Via Staatsbosbeheer werd een oude windwatermolen gevonden, die moest worden vervangen door een nieuwe. Het oude exemplaar was gratis op te halen! Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De betonnen voet van de molen weegt 1500 kilo…

Met hulp ter plekke konden we aan het werk. We waren er met een vrachtwagen. Met een kraan op rupsbanden werd de molen – de betonnen voet en het ijzerwerk – uit het moeras getild en op de vrachtwagen gehesen. Het was een machtig gezicht. De zware kolos hing in de kabels boven de laadbak van de vrachtwagen… en plotseling knapte een kabel. Met donderend geweld viel het gevaarte op de bodem van de laadbak. Gelukkig, geen schade.

De opbouw van ijzerwerk, vier meter hoog, ontbrak. Wij vonden dat het niet mocht ontbreken omdat met die opbouw de molen meer wind zou kunnen  vangen. In het dorp Piershil (Hoeksche Waard ten zuiden van Rotterdam) was het bedrijf (Bosman, het bestaat nog steeds), dat dit soort molens bouwde. De molens worden overigens nog steeds gebouwd en gebruikt, onder andere door de firma Bosman, in een verbeterde versie. In waterrijke gebieden zijn ze overal te zien in het landschap. Bij Bosman konden we de opbouw halen. Nu hadden we alles in huis. Maar het was nog een enorm karwei om de molen op te bouwen in de vijver!

Hoe werkt deze molen?
Er drijft een vlotter op het water, die via een stang de stand van beide vanen instelt. Van de hoofdvaan, die recht achter de wieken zit en van de hulp- of bijvaan, die opzij staat. Als het water hoog in de sloot staat, staat de hoofdvaan verticaal en de hulpvaan ligt plat. Daarmee draait de molen vanzelf in de wind en wordt water weg gepompt . Zakt het water, dan verstelt de vlotter de vanen, totdat in de laagste stand de hoofdvaan plat ligt en de hulpvaan verticaal staat. Daarmee draait de molen uit de wind.
Wij hebben dit mechanisme uitgeschakeld, omdat wij willen dat het water wordt rond gepompt. Bij storm is het daarom raadzaam de molen handmatig uit de wind te zetten, omdat het toerental te hoog kan oplopen.

Een molen in beweging geeft meer levendigheid in het museum. Maar de buren zullen er niet altijd blij mee zijn…

Piet Lenssen