Openluchtmuseum de Locht is doorlopend op zoek naar nieuwe mensen die ons team komen versterken. Wil je meer weten over de mogelijkheden, neem dan contact op met onze vrijwilligerscoördinator via vc@delocht.nl of neem contact op met het secretariaat, tel. 077-3987320.

Kijk hier voor onze vraag naar vrijwilligers

In Openluchtmuseum de Locht werken uitsluitend vrijwilligers. Er zijn op dit moment meer dan 200 mensen die zich inzetten voor “De Locht”.
Vrijwilligers doen heel uiteenlopende dingen: het ontvangen van gasten, rondleidingen voor groepen verzorgen, activiteiten met kinderen doen, oude ambachten uitoefenen, de horeca bemensen, de tuinen bijhouden, tuin- en landbouwgewassen verzorgen, gebouwen onderhouden, nieuwbouw plegen, onderhouden van het machinepark, de collectie beheren en tentoonstellingen opstellen, de PR verzorgen, ICT beheren, het secretariaat bemensen en nog veel meer. Wij zoeken bijvoorbeeld een klompenmaker! Ook is het mogelijk om bij Openluchtmuseum de Locht stage te lopen als scholier of student. Kijk hier voor de vacatures.

Koninklijke onderscheiding voor Theo Spronk

Theo Spronk is benoemd als lid in de Orde van Oranje Nassau.

Hij ontving de onderscheiding uit handen van burgemeester Gilessen.
Het college van B&W van Venray en alle vrijwilligers van het museum feliciteren hem van harte met deze bijzondere gebeurtenis.

Vrijdag 26 april 2019

Vrijwilliger van de maand

Elke maand wordt een van de vele vrijwilligers hier naar voren gehaald. Het gaat niet om bijzondere prestaties. Elke vrijwilliger van Openluchtmuseum de Locht is bijzonder! En het is goed om van tijd tot tijd op een van de vrijwilligers de aandacht te vestigen. Heb je een tip? Meld het even bij de directeur.

  • De Kerkbrik

    In de schuur van museum De Locht staat een oud rijtuig, een kerkbrik genaamd. Het voertuig heeft al een respectabele leeftijd, het is namelijk gebouwd in 1905.

    Enkel rijke boeren en burgers konden zich in die tijd zo’n exemplaar veroorloven, want het kostte toen al 1250 gulden. En dan te bedenken dat je voor 4000 gulden al een kleine boerderij kon bouwen. Het rijtuig kwam dikwijls goed van pas bij slecht weer, als regen wind en sneeuw, vrij spel hadden over velden en wegen. Het stond ten dienste van de

    hele buurtschap. Het werd gebruikt om kermissen en bruiloften in naburige dorpen te bezoeken, het rijtuig was een zeer welkom vervoermiddel. Zo ook bij doopsels, een boreling moest binnen 24 uur, zelfs bij streng winterweer ter kerke, om het sacrament van het doopsel te ontvangen. Met de kleine in doeken gewikkeld, voer men ter kerke. Het kleine wicht kreeg bij het doopsel door de pastoor een schep koud water over het hoofdje en wat zout in het mondje, om het toekomstige harde aardse bestaan te leren weerstaan.

    Bezoekers vertellen soms dat er katholieke en protestantse kerkbrikken waren. Het verschil leek te zitten in de middenleuningen tussen de banken. In de protestantse kerkbrikken waren dichte tussenleuningen aanwezig, zodat de passagiers elkaar niet met de knieën konden raken. In hoeverre dit op waarheid berust is nog onduidelijk, dit moet nog wetenschappelijk onderzocht worden! Al met al was het rijtuig in vroegere tijd een gewaardeerd transportmiddel, belangrijk was natuurlijk de ervaring en routine van paard en koetsier.

    Enige jaren geleden, ter gelegenheid van een huwelijksfeest, werd in een naburig dorp, de kerkbrik nog eens van stal gehaald. Dat gebeurde meer uit nostalgie dan vanwege het praktisch gebruik als transportmiddel. Het 40-jarig huwelijkspaar nam plaats in het voertuig. Hop, hop!!, zei de koetsier en ze gingen op weg naar de kerk. Het span ging in draf richting dorp. Het dier ging steeds harder lopen. Het beest was niet met zijn tijd meegegaan, want het had enige moeite met de andere moderne, gemotoriseerde, hypersnelle weggebruikers.

    Plotseling schrok de energieke viervoeter van een raar geluid, de draf ging over in galop, er was geen houden meer aan. Het dier wilde nu wel heel snel naar de kerk, terwijl er nog tijd genoeg was, de wijzer van de kerkklok wees nog een kwartier vóór aanvangstijd aan. Het paard nam de bocht te kort. Krak, krak klonk het…., ze raakten een boom. Het hele span tuimelde met donderend geraas in een diepe sloot.

    Gelukkig werd de val gebroken door een dikke laag modder onderin de sloot. De bruidegom kon ongedeerd naar buiten klimmen, maar de bruid moest door toegesnelde omstanders uit het gehavende voertuig geholpen worden. Ze moest ter observatie naar het ziekenhuis. Gelukkig kwam ze er, bij dit hachelijke avontuur, met een paar gekneusde ribben en een bezeerde schouder nog wonderwel goed vanaf. Het paard stond met gebroken aanspanning hijgend bij te komen van de schrik.

    Het geplande feest kon op die dag natuurlijk niet doorgaan, maar na een herstelperiode van de bruid, werd het 40-jarig jubileum  na enige tijd toch nog uitbundig gevierd. Het jubilerende paar leefde hierna nog lang en gelukkig!

    De kerkbrik trof ik enige tijd later zwaar gehavend aan bij de restaurateur.  

    Een waar gebeurd verhaal!

    Piet Lenssen

  • De Biedermeier Toerenkast

    In een hoek van de beste kamer staat een antieke toerenkast te pronken. Dit soort kasten werd vroeger gebruikt om de chique toeren en mutsen te bewaren. Deze werden bij voorkeur tussen blauw papier gelegd om verkleuren door direct buitenlicht te voorkomen.

    Dit meubelstuk heb ik destijds gekocht van verzamelaar Wiel Nabben in Tienray, die de kast in onderdelen in een oud kippenhok had staan. Na enig onderhandelen kocht ik de kast voor 400 gulden, het was het model waar ik al enige tijd naar op zoek was, speciaal voor de inrichting van het museum.

    Op het eerste gezicht duur genoeg, want er moest het nodige aan gerestaureerd worden, om hem toonbaar te kunnen opstellen in het museum. Oude verflagen werden verwijderd en houtwormgaatjes opgevuld, al met al een flink karwei. De restauratie heb ik, thuis in de loods, samen met mijn vrouw Nellie in 1988 uitgevoerd.

    Een bijzonderheid van de kast was, dat er een geheime la zat ingebouwd, dit had ik bij de koop niet opgemerkt, bij de restauratie kwam deze pas tevoorschijn.

    Vanaf de opening van het museum staat deze kast in de beste kamer. Onder in de laden liggen tussen blauw papier de toeren en mutsen, bovenin hebben wij het beste servies opgesteld. Vroeger lag bovenin dikwijls de voorraad linnengoed te pronken. Er stond achter de gesloten deur een fles jonge klare. Als er dan bezoek kwam werd er gastvrij gevraagd, “lust je een borrel?” Dan ging de kast open en werd het linnengoed zichtbaar, het was een soort status om een behoorlijke linnenvoorraad te hebben! 

    Bij een rondleiding door het museum vertelde ik in de beste kamer aan een groepje bezoekers dat er een geheime lade in de kast zat, met het verzoek, dit maar niet verder te vertellen, want dan was het geen geheim meer.

    Opeens riep een bezoeker, die me wel bekend voorkwam, maar die ik eerder nog niet had opgemerkt, op de achtergrond:  “Als ik dat geweten had van die geheime lade, dan  had ik de kast niet aan jou verkocht!”  De eerdere eigenaar van de kast behoorde toevallig tot het bezoekersgroepje.

    “Oh”, zei ik tegen hem, “we zijn net terug van de Bahama’s, want in de geheime la zaten destijds nog een groot aantal gouden tientjes!” 

    Piet Lenssen