De tandem

Ik hoorde vanmorgen op de radio dat men in België een tandem ook wel een filefiets noemt. Dit deed me denken aan de tandem bij ons thuis.
In 1944 waren de Duitsers zich aan het terugtrekken. Dat ging soms snel en soms langzaam, daarbij gebruik makend van  allerhande vervoermiddelen. Bij ons kwamen ze aan op een tandem (die ze waarschijnlijk ergens “geleend” hadden). Omdat ze niet direct verder konden, de Maas over, bleven ze enkele dagen bij ons, rond de boerderij en in huis. De tandem stond tegen de schuur. Op een nacht vloog er een granaatscherf (een Engelse), dwars door een stang van de tandem. De Duitsers konden er dus niet mee verder en lieten de tandem achter. Vader zette hem binnen toen ze weg waren.

Na een aantal weken, toen hij zeker was dat de Duitsers en de rechtmatige eigenaar hem niet kwamen ophalen, werd de tandem naar de rijwielhersteller in Blerick gebracht. Hij zette er een nieuwe stang in en maakte hem technisch in orde. Een prachtig vervoermiddel om mee naar school te gaan. Geen lichte bandjes erop, maar van die zware wielen van een transportfiets en heel sterke kettingen. Ook zat er een heel grote koplamp op, die we zelfs via een knopje bovenop, konden dimmen. De hele lamp gaf maar beperkt licht, zoals een lucifer, maar wij waren er trots op.

We fietsten naar school op de tandem. Mijn oudste broer voorop, want die moest sturen, een zus op het achterste zadel, die moest dus wel meetrappen, maar kon niet sturen en ik achterop. Mijn oudste zus ging met moeders fiets. We hoefden voortaan niet meer te lopen. De jongste twee waren nog niet zo ver.
Nu was het zo, dat wij aan een zandweg woonden en de eerste 500 meter slechts uit een smal paadje bestond, dat direct bergop ging. Dat lukte prima. Vader dacht, dat kan ook anders. Dus hij verlengde de bagagedrager met een plank. Nu pasten we met zijn vieren op de tandem en moeders fiets kon thuis blijven. Dat ging een tijdje goed, tot we op een morgen bij het bergje oprijden, door de trapas gingen.

Dus weer even te voet naar school. Mijn oudste broer bracht de tandem naar de rijwielhersteller. Toen hij terugkwam vroeg moeder wanneer hij klaar zou zijn. “Volgende week”, zei Harrie. “Zei hij verder nog iets?” Ja, hij vroeg met hoeveel personen we op de tandem zaten. Ik zei:”met 4”. “Wat?”  Hij krabde zich eens achter het oor. Zo kreeg de tandem zijn nieuw leven.

Toen mijn oudste broer en zus van school waren, gingen mijn jongste broer en ik met de tandem. Ik voorop en hij zat achter mij. We waren helemaal trots. Na schooltijd, voordat we naar huis gingen, mochten klasgenootjes om beurten op plek twee zitten en dan fietsten we in volle vaart rond de markt in Grubbenvorst, nu het Pastoor Vullinghsplein. Maar we hadden ook wel eens problemen. Ik dacht vaak dat mijn broer niet voldoende mee trapte.

Nu zat het tweede stuur vast aan het eerste zadel. Dus als ik het zat was, probeerde ik achter me te slaan en vervolgens draaide hij zijn stuur, zodat ik ongeveer dwars op de tandem kwam te zitten.
Dan ging de jas uit, de tandem zetten we voorzichtig tegen een boom en we gingen mekaar even flink te lijf. Totdat mijn broer zei: “Vlug, dadelijk komen we te laat in de kerk”. Snel de jassen weer aan en gebroederlijk en in vrede verder, op weg naar school.
Zo heeft onze tandem vele jaren goede diensten bewezen, dank zij de Engelse granaatscherf, die door de stang sloeg.

Jan Huys

gettyimages-107706628-2048x2048