Het Nationaal Asperge en
Champignonmuseum
De champignonafdeling
In het champignonmuseum zijn drie soorten
stellingen te zien: de eerste generatie uit de jaren 50, de soort op deze
foto, uit de jaren 60 en ook de allernieuwste soort, waarbij het moeizame
vullen met compost volledig is geautomatiseerd.
Vanwege het gelijkmatige klimaat werden
al in het begin van deze eeuw champignons geteeld in de Zuid-Limburgse grotten.
Door een slechte beheersing van de teelt en ziektes was de opbrengst echter
laag.
In het champignonmuseum bevindt zich een
antieke veilingklok die regelmatig wordt gebruikt bij
evenementen.
Modellen van diverse eetbare
paddestoelen die geteeld worden:
1. Oesterzwam, wordt geteeld op dood hout
2. Stropharia, wordt geteeld op strobalen
3. Shiitake, wordt geteeld op eikenhout
4. Coprinus (Geschubde Inktzwam), wordt geteeld op compost