Champignoncultuur
| Geschiedenis
1651 In de omgeving van Parijs worden champignons geteeld door het begieten van afval van de meloenenteelt met waswater van rijpe champignons. 1707 Een "eetbare paddestoel" kan in de groentetuin op paardenmest gecultiveerd worden. ca 1800 Men ontdekt dat in ondergrondse steengroeven een goed klimaat heerst voor het doorlopend kweken van champignons. 1825 Op een landgoed bij Haarlem worden champignons geteeld. ca. 1900 Teelt van champignons in de fluweelgrotten in Valkenburg en in de St. Pietersberg bij Maastricht. 1934-1952 Eerste wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de champignonteelt in het Proefstation Naaldwijk. 1946-1952 Laboratorium voor de champignonteelt in Houthem St.Gerlach (Zuid-Limburg) onder leiding van de grote champignonpioniers Drs. Bels en zijn vrouw Dr. Bels-Koning 1950 Bouw van de eerste moderne bovengrondse champignonkwekerijen met meerdere kweekruimtes. De stellages waren gemaakt van beton 1953 Oprichting van de CNC, de coöperatieve Nederlandse Champignonkwekersvereniging in Mook. Deze vereniging gaf de impuls tot de oprichting in 1957 van het "proefstation voor de Champignoncultuur" in Horst. 1955 Teelt in houten kisten in een stellage of in een dambord-stapeling. 1960 Bedden gemaakt van hout op metalen stellingen 1975 Volledig metalen stellingen. Volledige mechanisatie van het inbrengen en verwijderen van de champignoncompost. |
Biologie
Groene planten hebben bladgroen en kunnen hiermee met behulp van zonlicht energie opslaan in de vorm van koolhydraten. Deze koolhydraten worden voor de groei gebruikt. Paddestoelen hebben geen bladgroen. Ze zijn voor hun energievoorziening afhankelijk van koolhydraten die door groene planten zijn gevormd. Al naar gelang de wijze waarop paddestoelen hiervan gebruik maken onderscheiden we drie soorten: 1 De saprophyten leven van afgestorven plantenresten en dood hout. Zij breken het af tot de grondbestanddelen, kooldioxide en mineralen, over blijven. Tot deze groep behoort de champignon. 2 De houtparasieten groeien op levend hout, en maken het ziek zodat het uiteindelijk afsterft en door saprophyten verder wordt verteerd. 3. De mycorrhiza vormende paddestoelen leven tot wederzijds voordeel in symbiose met de wortels van levende bomen. De boom krijgt hierdoor een nog uitgebreider wortelsysteem en de paddestoel is in staat uit dit wortelsysteem koolhydraten te onttrekken die hij zelf niet kan vormen. Tot deze groep behoren het eekhoorntjesbrood en de cantharellen en truffels. In al deze gevallen spelen paddestoelen een belangrijke rol in de kringloop van organische stoffen in de natuur. Vertegenwoordigers van alle drie categorieën komen in grote aantallen voor in het bos. Van de vele paddestoelsoorten - In West-Europa alleen al zijn er 3000 bekend - zijn slechts 50 soorten geschikt voor menselijke consumptie.
|
| Compostbereiding
Gecultiveerde champignons groeien op compost. Deze voedingsbodem wordt in Nederland gemaakt met de volgende ingrediënten: stro, kippen- en paardenmest, gips en veel water. Er worden verder geen chemicaliën gebruikt. Na het mengen van deze ingrediënten begint een fermentatieproces. Dit proces eindigt met het product dat "champignoncompost" wordt genoemd. Tot 1964 werd de champignoncompost bereid op de champignonkwekerijen. Dit oorspronkelijk zeer arbeidsintensieve werk wordt vanaf dit jaar centraal op enkele grote composteringsbedrijven gedaan en is tegenwoordig vrijwel geheel gemechaniseerd. Tegenwoordig is de champignoncompost reeds doorgroeid met champignonschimmel als hij naar de kwekerijen gaat. |
Broed en
enten
De champignon plant zich voort door middel van sporen. Uit de gekiemde sporen ontwikkeld zich het "mycelium", een heel dun net van schimmeldraden. Dit weefsel van schimmeldraden is de eigenlijke "champignonplant". De compost raakt geheel doorgroeid met deze schimmeldraden. De champignons kan men beschouwen als de vruchten van het mycelium, zoals de vruchten van hogere planten. Eén enkele paddestoel produceert miljarden sporen. De compost wordt echter niet met sporen geënt omdat het doorgroeien dan teveel tijd kost. Daarom wordt geënt met het zogenaamde broed. Broed is een materiaal dat bestaat uit steriele compost of graankorrels en geheel doorgroeid is met het champignonmycelium. Dit doorgroeiïngsproces kan in afgesloten flessen plaatsvinden. Met dit broed wordt de champignoncompost geënt. Na het enten duurt het ongeveer 2 weken totdat de compost geheel doorgroeid is met het mycelium. |
|
Afdekken
In doorgroeide compost kunnen zich
geen vruchtlichamen, de champignons, vormen. Daarom wordt de compost afgedekt
met een zogenaamde deklaag met een dikte van ca 5 cm., bestaande uit een
mengsel van 80% turf en 20% schuimaarde (een afvalproduct van de
suikerindustrie). De dekaarde moet aan enkele bijzondere eisen voldoen: De bacteriën die in deze dekaarde leven stimuleren het mycelium tot het vormen van vruchtlichamen, de champignons. Zonder deze bacteriën zouden geen champignons gevormd worden. Daarom kunnen alleen champignons worden geteeld als compost in combinatie met dekaarde wordt gebruikt. |
|
De
vruchtlichamen
Als ook de dekaarde volledig met mycelium is doorgroeid wordt de kweekruimte intensief geventileerd. Daardoor daalt de composttemperatuur en daalt ook het koolzuurgehalte. Dit stimuleert het mycelium dat zich in de dekaarde bevindt, tot het vormen van vruchtlichamen. Deze groeien in ca 5 dagen uit tot oogstrijpe champignons. Het hele proces van het afdekken van de compost met dekaarde tot het oogsten van de eerste champignons duurt ca 3 weken. De champignons groeien niet continu door, maar verschijnen in wekelijkse "vluchten". Na drie tot vier oogstweken wordt een cultuur beëindigd. De opbrengst loopt dan sterk terug en de kans op ziektes neemt sterk toe. De oogst Met de hand kan men zo'n 15 tot 18 kilo champignons per uur plukken. Dit zijn de champignons voor de verse consumptie. Met machines komt men tot zo'n 100 - 120 kilo champignons per uur. De machinaal geoogste paddestoelen worden verwerkt door de conservenindustrie. Men is nog steeds bezig met het ontwikkelen van machines die champignons voor de verse consumptie kunnen oogsten. Tot nu toe is dit echter nog steeds handwerk.
|
| Compost vullen
en verwijderen
Tot 1964 werd de zelfbereide compost met behulp van een riek en een kruiwagen in de kweekcellen gebracht en ook weer op deze manier verwijderd. Dit was buitengewoon zwaar werk. Vanaf 1964 werd de compost centraal bereid, en met behulp van een vulmachine in de kweekcellen gebracht. Hiermee werden dan de bedden gevuld. Vanaf 1975 worden metalen stellingen gebruikt waarbij de compost op een kunststof doek wordt binnengetrokken en ook weer op deze manier wordt verwijderd. Lichamelijke arbeid komt er nog nauwelijks aan te pas. Ook de dekaarde wordt op deze wijze getransporteerd. Onderzoek
In America, een dorpje in de gemeente
Horst aan de Maas, bevindt zich het "Proefstation voor de Champignoncultuur". Dit instituut
is opgericht in 1957 en doet onderzoek op de volgende gebieden: |
Afzet
van de in Nederland geteelde champignons wordt 46% vers verkocht en 54% als verwerkt product. Champignons worden verwerkt in de conservenindustrie, als diepvriesproduct en als halffabrikaat (geblancheerde champignons). Deze champignonproducten worden gebruikt in o.a. soepen en pizza's. Nederland is de grootste producent van verse champignons in Europa en exporteert deze vooral naar Duitsland en Groot-Brittannië. Ook is Nederland de belangrijkste exporteur van geblancheerde champignons. In 2000 bedroeg de productie in Nederland ca. 263 miljoen kilo. Deze werden geproduceerd door ca 550 telers op een teeltoppervlakte van zo'n 0,94 miljoen m2 (94 Hectare). Van de champignonkwekerijen bevindt zich 94% in de provincies Limburg, Noord-Brabant of Gelderland.
|
© Jan van de Geijn