TENTOONSTELLINGEN

Onderweg – Van karrenspoor tot A73

Expositie over de mobiliteit in verleden, heden en toekomst, met een accent op de ontwikkeling van het land tussen Peel en Maas.
11 maart 2017
– 19 februari 2018

Eeuwenlang waren de transportmogelijkheden beperkt.  Met name het vervoer over land was moeizaam en gevaarlijk.  Er waren nauwelijks verharde wegen en het risico om overvallen te worden was aanzienlijk. De belangrijkste handelsplaatsen lagen dan ook aan het water, bereikbaar voor trekschuiten en zeilschepen.

In de 19e eeuw voltrok zich een complete transportrevolutie. De uitvinding van de stoommachine was daarvoor allesbepalend. Voor transport over water kwamen er stoomschepen i.p.v.  zeilschepen.  Vervoer over land werd sneller, betrouwbaarder en veiliger door de komst van de stoomtrein.

Ook Noord Limburg ondervond (zij het relatief laat) de gevolgen van deze nieuwe ontwikkelingen. De spoorlijn Eindhoven-Venlo werd aangelegd in 1866 en de lijn Nijmegen-Venlo in 1883.

Terwijl men nog bezig was met de uitbreiding van het net van spoorwegen kwam er rond 1880 een nieuw transportmiddel op de markt: de auto. Aanvankelijk een speeltje  voor de happy few maar al gauw een belangrijk transportmiddel voor grote aantallen personen en goederen. Daarvoor moest uiteraard een wegennet aangelegd worden. In de 2e helft van de vorige eeuw groeide het wagenpark explosief als gevolg van de gestegen welvaart. Gaandeweg werden echter ook de negatieve kanten van deze ontwikkeling duidelijk: verkeersslachtoffers, de dagelijkse files en de gevolgen voor het  milieu.  De grenzen van de groei lijken thans bereikt en zal er naar andere oplossingen gezocht  moeten worden.

Het is in dit verband dan ook  interessant dat een achttal  Noord-Limburgse gemeenten verenigd is in  het Regionaal Mobiliteitsoverleg  “Trendsportal”. Via dit initiatief wordt nagedacht over verkeer- en vervoersvraagstukken in de regio. Het staat open voor iedereen die zich betrokken voelt bij en actief wil bijdragen aan duurzame, veilige en slimme mobiliteit in de toekomst. Zo gaan we onderweg naar morgen

Klokken van de geniale Limburgse klokkenmaker Jean Wilmar

Voor de expositie is nog geen einddatum bepaald.

Deze collectie bestaat uit 22 klokken van Jean Wilmar (1919-1997), geboren te Klimmen en een aantal jaren woonachtig in Valkenburg. Hij was een autodidact en vervaardigde de klokken in zijn geheel zelf, van ontwerp tot eindproduct.

De collectie bevat tevens diverse horlogemakers gereedschappen, deels ook door Wilmar gemaakt, en een aantal ontwerpen voor klokken.
Als jongen van veertien vervaardigde hij zijn eerste uurwerk met behulp van een meccanodoos.

De klokken werden daarna groter en ingewikkelder en zo werd hij klokkenmaker van beroep.

Door zelfstudie bereikte hij een hoge graad van bekwaamheid. Alle onderdelen maakte hij zelf, tot de kleinste radertjes toe. Ook het houtsnijwerk vervaardigde hijzelf. Hij was niet tevreden met zomaar een feilloos lopend uurwerk. Nee het was pas goed als het ingewikkeld werd.
Het ontwerpen en vervaardigen van originele en exclusieve klokken deed hij uitsluitend in zijn vrije uren. Het grootste deel van de dag was hij bezig met het repareren van allerlei soorten uurwerk, waarmee hij in zijn onderhoud voorzag.
Aan sommige klokken werkte hij meerdere jaren en geen enkele werd verkocht. De hele collectie bleef compleet omdat Jan Wilmar geen afstand kon doen van zijn levenswerk.
Jan Arthur Willem Wilmar werd in Klimmen geboren en woonde er een groot deel van zijn leven. In het zomerseizoen leidde hij en zijn vrouw belangstellenden rond in de voorkamer van de boerderij. Van de fooien kocht hij de materialen voor de volgende, in zijn hoofd reeds tikkende klok.

Van legende tot volksgebruik

Voor de expositie is nog geen einddatum bepaald.

Door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed is 2012 uitgeroepen tot het Jaar van het Immaterieel Erfgoed. Museum de Locht sluit hierop aan met een thematentoonstelling onder de titel ‘Van Legende tot Volksgebruik’.
Aan de hand van tekst, foto’s en attributen worden volksgebruiken en tradities belicht uit de regio Noord-Limburg en aanliggend grensgebied. Het verband wordt gelegd met de christelijke grondslag die ze hebben en met sporen die terugleiden naar het Keltische en Germaanse erfgoed. De tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt dankzij een financiële bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds.