Wisselexpositie
van 6
oktober 2005 t/m 26 maart 2006
"Schuuf maar aan!"
| Aan het project "Suikerbonen*
en beschuit met muisjes" doen verschillende musea
in Nederlands en Belgisch Limburg en Brabant mee. Ieder museum toont een bepaald
aspect van de eetcultuur in de 20e eeuw. (* in Nederland bruidsuiker geheten) In een zestal taferelen toont "de Locht" U de kookplek (haardvuur, fornuis, komfoor e.d.), de plaats waar werd gegeten en hoe de tafel werd gedekt. In deze taferelen wordt ook iets verteld over de op dat moment heersende algemene toestand en de woonsituatie. Recepten van wat er werd gegeten zijn op de leestafel te vinden. "SCHUUF MAAR AAN" is de ultieme uitnodiging die je kon krijgen: "schuuf maar aan", je hoort er bij, eet met ons mee. In 1900 leefden we ongezond door tekorten en in 2000 worden we weer ongezond door overdaad. Om deze ommekeer uit te beelden is gekozen voor een zestal taferelen die de 20e eeuw in vogelvlucht bestrijken. De 19e eeuw was nog niet eens zo slecht geëindigd: toenemende technologie, opkomend besef van hygiëne. Begin van de massaconsumptie, massacommunicatie en massavervoer. De auto kwam en verbeterde snel. Maar in dezelfde tijd was er een kleine rijke bovenlaag ontstaan. Door een liberale politiek kon deze groep gewoon zijn gang gaan: alle macht lag in hun handen en het gewone volk - "de kleine luyden"- waren er alleen om hen te dienen. De werkdag was 12 tot 16 uur, ook 's zondags moest men vaak werken. In deze situatie speelt het tafereel 1900: De grote landbouwcrisis die in 1884 was begonnen heerste nog steeds. Schraalhans is keukenmeester. Boeren telen voor eigen behoefte, hun producten worden zij aan de straatstenen niet kwijt. Men leeft van wat land, moestuin en dieren opbrengen. Achter de schermen begint echter samenwerking te groeien die zal resulteren in onder meer Boerenbond, Veiling, Boerenleenbank en de coöperaties.Kleine huizen, bewoond door te veel mensen. Alleen in de woonkeuken is een open vuur onder de schouw. Daarboven wordt ook het eten bereid en het vormt tevens de enige lichtbron.Het voornaamste eten bestaat uit aardappelen, soms twee keer per dag. Brood is duur, boekweit is een goed alternatief. Brood wordt gesmeerd met reuzel of vet, daarover gaat zelfgestookte stroop. Soms een plak spek. Groenten zijn meestal onderdeel van potagie, een soort hutspot. |
|
|
|
|
|
|
Het volgende tafereel speelt van 1920-1940: Omstreeks
1910 was de crisis voorbij en beginnen de verworvenheden van de bovengenoemde
instellingen hun vruchten af te werpen. Geleidelijk komt een menswaardig bestaan
binnen ieders bereik De macht van de bovenlaag neemt af. Na 1920 is het leven
nog sober maar er is voor iedereen eten.Nog steeds is de woonkeuken het
belangrijkste vertrek: hier is het warm en hier wordt gegeten.Het haardvuur
maakt plaats voor het fornuis. Er is minstens een pomp voor water en een
petroleum- of gaslamp voor licht. Door het pionierswerk van het Groene Kruis
gaat men gezonder leven en wordt de kindersterfte teruggedrongen.De pan met
gebakken aardappelen maakt geleidelijk plaats voor de broodmaaltijd. De warme
maaltijd is nu in twee, en 's zondags in drie gangen: dan is er soep! Naast spek ook vlees. Seizoensgebonden groenten. Vaak worden twee varkens gemest: één voor de slacht en één voor de pacht. Brood bakt men veelal nog zelf. Conserven doen hun entree. De eerste kookboeken voor iedereen verschijnen. In dit tafereel ziet U hoe de eerste communie werd gevierd. Tafereel 1950 -1960 Men is de gevolgen van WO II te boven. Nieuwe woonwijken met doorzonkamers en kamerbreed tapijt.
|
| Na 1960 neemt
het aantal auto's en Tv-toestellen snel toe. We gaan "van Drees trekken". Het naoberschap verzwakt.
In de keuken een koelkast, een geiser en de bekende door Piet Zwart ontworpen
aanbouwkeuken van Bruynzeel. Moderne kleuren: oranje en bruin. Nog is de
moestuin belangrijk, maar de groenteboer, bakker en slager doen goede zaken. De
warme maaltijd wordt verplaatst naar de avond. Onze jongens die terug komen uit
Indië brengen de rijstproducten mee. De gastarbeiders uit Spanje en Italië introduceren pasta en pizza. Chinese restaurants, automatieken en friettenten zijn overal te vinden. Het tafereel 1980 De top wordt bereikt. Een eigen huis, centrale verwarming, auto en wasautomaat. Voor vakanties naar het buitenland. Meestal werkt alleen een boer nog langer dan 40 uur. We worden milieubewust (de club van Rome). Veel aandacht voor de emancipatie (baas in eigen buik). Consumptiemaatschappij en sterke individualisering. Er is volop werk en de lonen stijgen De boeren, tuinders en veehouderij beleven gouden tijden. De kruidenier maakt plaats voor de supermarkt. Groenteboer, melkboer en bezorgende bakker verdwijnen. Ouderen ergeren zich aan het gemak waarmee jongeren eten weggooien. De eettafel is naar de zijkant verdrongen, de centrale plaats is nu het bankstel en de TV. Robuuste keukens in "landhuisstijl" vol met apparatuur. Koken doe je op een vierpits comfoor dat op de koelkast staat. Diepvries is gemeengoed. De moestuin heeft zijn tijd gehad, groenten kweek je als hobby. Brood, aardappelen, vlees en groente koop je bij de super. Er is een toename van geïmporteerde groenten en fruit. Het eten is gevarieerd: macaroni, nasi goreng, pizza of goulash. Wie geen zin heeft om te koken haalt wat bij een friettent of de Chinees. Tafereel 1930 laat de lange eenvoudig gedekte tafel zien waaraan het grote gezin de maaltijd gebruikte. In de oogsttijd at men vijf keer per dag. Het laatste tafereel is gesitueerd in 2000. Alsmaar stijgende welvaart zorgt voor grote luxe huizen met keukens van alle gemakken voorzien. Alle mogelijke apparaten: super mooie keukens, magnetron, koel-vriescombinatie enz. De kookboeken worden mondiaal. Alleen: we hebben vaak geen tijd meer om te koken. Kant-en- klaar maaltijden, junkfood en voedingssupplementen. Overgewicht en tegelijkertijd ondervoeding. Ziek worden door verkeerd eetgedrag. In 1900 waren velen ongezond, in 2000 worden velen ongezond. Heeft de welvaart ons een poets gebakken?
|
|
|
|
|