Expositie
"Er zit muziek in Horst aan de Maas" van 2 april tot en met 1 oktober 2000
Over de amateur-blaasmuziek in Horst aan de Maas




Als je iemand vraagt waarin hij zijn woonplaats, voor
wat betreft het verenigingsleven, het beste herkent zijn dat de voetbalclub, de schutterij en de harmonie of de fanfare.
Zij dragen de gemeenschap uit, en verdedigen in competitieverband de eer van de plaats. Over de laatste decennia kunnen
we deze reeks nog aanvullen met populaire bands en popgroepen welke soms een bovenregionale betekenis kregen. Met name de harmonie of fanfare wordt gezien als zijnde van het dorp, en de dorpsgemeenschap is vaak bereid om diep in de buidel te
tasten om deze muziekverenigingen in stand te houden. Als tegenprestatie verplicht de muziekvereniging zich om aanwezig te zijn bij jubilea, processies, als de voetbalclub kampioen is, als de communicantjes of Sinterklaas worden afgehaald en
bij vele andere gelegenheden.
Wat is dat nou eigenlijk, zo'n harmonie, een fanfare of brassband?
In algemene zin is blaasmuziek muziek voor blaasinstrumenten, zowel solistisch als in ensemble verband, al dan niet aangevuld respectievelijk ondersteund door slagwerk.
Meer speciaal is blaasmuziek een genre, waaraan gestalte wordt gegeven door harmonieën, fanfares en brassbands. Voor deze tentoonstelling beperken we ons tot de eerste drie: de HAFABRA, Harmonie, Fanfare en Brassband. In Limburg speelt de
brassband een kleine rol, in het noorden en westen van Nederland is hij nadrukkelijk aanwezig. De HAFABRA is een wereldje apart, met eigen tradities, rituelen en een eigen terminologie. De veelzijdigheid van de terminologie blijkt wel uit de
volgende begrippen: blaasinstrumenten en slagwerk, scherp koper en het zachte koper, hout en de saxofoons.
Op de tentoonstelling ziet U de "ideale" samenstelling van elk van de drie orkesten. Het nadeel van amateur orkesten is dat zij deze ideale bezetting bijna niet halen. Men probeert deze zo goed mogelijk te benaderen, bijna elk orkest kampt wel met een over- of onderbezetting in bepaalde groepen.
Traditioneel spelen de Limburgse orkesten over het algemeen op hoog tot zeer hoog niveau.
Hoe dit komt? Lang
heeft men gedacht dat de Limburger van nature muzikaler zou zijn dan de overige Nederlanders. Onderzoek heeft dit allang weerlegd. De werkelijke reden? De Limburger musiceert graag in groepsverband, en legt daar vaak een grote discipline aan
de dag. Waardoor "zijn / haar" orkest dit hoge niveau bereikt, en probeert het daar te houden. Met soms als enige motivatie: beter zijn dan "die van het dorp hiernaast".
Uiteraard is niet alles uit de lucht komen vallen. Samen muziek maken bij vreugde of verdriet is van alle tijden en van alle volkeren. Als we ons ruwweg bepalen tot de laatste driehonderd jaar zien we in West- Europa rond 1700 orkesten aan de vorstenhoven, en militaire kapellen. Dat zijn zo'n beetje de beroepsorkesten, samen met de later her en der verschijnende theaters met eigen orkest. Daarnaast werd er in gegoede kringen gemusiceerd, en waren er de rondtrekkende muzikanten met doedelzak, draailier, fluit of viool.
De
militaire kapel is een Turkse vinding, en bestaat al in de 14e eeuw. De Turken ontdekten dat men de vijand kon imponeren en zelfs schrik aanjagen met marsmuziek. Napoleon perfectioneerde een en ander en zorgde ervoor dat ieder regiment zijn
eigen kapel kreeg.
Een uitspraak van hem is dat een regimentskapel evenveel waard is als tien kanonnen.
De regimentskapellen van Napoleon maakten diepe indruk. Vaak was het de eerste keer dat het "gewone" volk dergelijke muziek
hoorde. Nadat Napoleon was verslagen keerden de muzikanten terug naar huis. Velen zetten zich in om plaatselijk iets dergelijks van de grond te krijgen. Onder andere in Weert en in Horst waren de oprichters van de harmonie teruggekeerde
militairen.
Het orkest dat aldus ontstond was een combinatie van oude Duitse hofkapel traditie en de (toen moderne) Franse militaire orkesten.
Het horen van deze orkesten schiep het verlangen om zelf iets dergelijks te gaan doen. De ene
na de andere muziek vereniging ontstond. Rond 1900 had elke zichzelf respecterende gemeenschap een eigen harmonie of fanfare. In Limburg in totaal 140. Het aantal orkesten aangesloten bij de Limburgse Bond van Muziekgezelschappen is
tegenwoordig 270.
Een chronologische gang van zaken is te zien op de tentoonstelling.
Hoe ziet de moderne fanfare of harmonie er tegenwoordig uit?
Het in schutterij-achtige uniformen gestoken marcherende orkest voorafgegaan door een drumband heeft veelal plaats gemaakt voor
een zittend concerterend orkest. Als het moet gaat men nog wel de straat op, maar men laat dit het liefste over aan de drumband. De muzikant marcheert niet graag.
Door een uitgekiend lesprogramma (het zogeheten Raamleerplan, op initiatief
van de heer Adams uit Thorn die muziekschool Creato in het leven riep) en een gedegen concours systeem (dat weliswaar fel wordt bekritiseerd door de muzikanten) heeft het doorsnee Limburgse blaasorkest een zeer hoog peil bereikt en weet het
ook nog zo te houden. Op de tentoonstelling geven wij u een indruk van het opleidingssysteem, het wedstrijdelement met klassering, promotie en degradatie, en over de topklasse: de concertafdeling. Ook maakt u kennis met het
Wereldmuziekconcours (WMC), het officieuze wereldkampioenschap (officieus omdat het concours niet rouleert).
De overige onderwerpen die aan bod komen zijn: orkestbezettingen, muziek en muziekkeuze, instrumenten en hun onderlinge afstemming,
vaandels en uniformen en oude instrumenten.



()
trompet
hoorn
saxofoon
pauk
klarinet