|
Expositie
“Toen wij uit Rotterdam vertrokken”
Tentoonstelling over de 19e eeuwse landverhuizing van Noord-Limburgers naar
de Verenigde Staten.
Van 12 nov. 2010 t/m 1 nov. 2011
Aan het einde van de 19e eeuw verruilden veel Noord Limburgers hun leven op
het platteland met een leven in een land waar men dacht al slapende rijk te
kunnen worden, de Verenigde Staten van Amerika. Alleen al in de huidige
gemeente Horst aan de Maas vertrokken tussen ongeveer 1870 en 1920 duizend
inwoners naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. Het waren met name
boeren die de grote stap waagden. In het begin waren zij nog vaker
geronseld, later vertrokken zij uit weloverwogen beslissingen. Wie dus denkt
dat emigratie iets is dat na de Tweede Wereldoorlog plaatsvond of dacht dat
er geen emigratie op grote schaal heeft plaatsgevonden nog voor de Eerste
Wereldoorlog heeft het dus mis. Hoewel de meesten onder ons nog wel weten
van de emigratiegolf naar landen als Nieuw Zeeland, Australië en Canada is
een andere belangrijke emigratiegolf voor onze streek, die naar de VS, in de
vergetelheid geraakt. Niet onlogisch, de emigratiegolf heeft al meer dan 100
jaar geleden plaatsgevonden.
Het begon allemaal rond het jaar 1848 als de missionaris in Wisconsin, VS,
te weten de pater van den Broek, te horen krijgt dat zijn moeder is
overleden. Hij is genoodzaakt om terug naar Nederland (Uden) te komen en de
erfenis in ontvangst te nemen. Echter bij aankomst blijkt de erfenis weg te
zijn en geld voor een terugreis naar de VS is er dan niet meer. Hij start
een project in Noord-Brabant om boeren zo ver te krijgen naar de VS te
vertrekken. Dat lukt, elke boer betaalt bovenop de reissom nog een extra
bedrag. Met die extra bedragen kan pater van den Broek weer terugkeren in
zijn parochie in Wisconsin.
De eerste emigranten hadden het niet makkelijk. Bij aankomst bleek al snel
dat alles wat mooier was voorgespiegeld dan dat de werkelijkheid deed
voorkomen. De eerste immigranten woonden in plaggenhutten of zelfs holen in
de grond. De temperatuur bleek ook een probleem, een gemiddelde
wintertemperatuur van -9 C. Dat week toch wel af van de temperatuur in
Limburg. De boeren konden niet meer terug, maar schreeuwden om vaklui. Die
kwamen en zo kwam er een kleine tweede emigratiegolf op gang van vaklui.
De leefomstandigheden van de eerste emigranten begonnen langzaamaan te
verbeteren. Omdat er zich nu al behoorlijk wat boeren en vaklui in de VS
gevestigd hadden werden de succesverhalen door middel van brieven
overgebracht naar Nederland. Complete families vertrokken, aangestoken door
de positieve geluiden maar ook de leefomstandigheden in het Noord -Limburg
van 1880 waren beduidend minder geworden. Er was sprake van een recessie,
oogsten mislukten, gezinnen waren te groot en boerderijen konden niet meer
opgedeeld worden. Er was een groot gebrek aan vruchtbare grond.
Kortom de toekomst van de boer in Noord-Limburg was niet al te best. Een
enkeling vluchtte naar de VS teneinde een gevangenisstraf in Nederland te
ontlopen.
Dromen / Voor het vertrek
Dromen van een nieuw leven met veel rijkdom in de VS, en daarbij het
weerzien met lang geleden vertrokken familieleden moet een droom zijn
geweest van vele Noord Limburgers. Amerika werd geïdealiseerd,
geromantiseerd. De gebraden kippen zouden er bij wijze van spreken door de
lucht vliegen…
Tranen / Vertrek
Geld voor een overtocht had men doorgaans niet en dus werd er overgegaan op
de verkoop van land, de boerderij en inboedel. Die kon men toch niet
meenemen. In de kranten van die tijd vinden we veel advertenties van
gezinnen die openbare verkopen houden. Als de dag van vertrek was
aangebroken, reisde men per trein naar de haven (Rotterdam of Antwerpen).
Van daaruit vertrok men met de Holland Amerika Lijn (HAL) naar New York. Het
leven op zo’n stoom-zeilschip was verre van comfortabel en nam een week of
twee in beslag. (afhankelijk van de weersomstandigheden).
Hoop / Aankomst
De meeste emigranten kwamen in Amerika aan in Castle Garden, New York. Na
1892 is dit aankomstcentrum vervangen door Ellis Island.
Hier werden de immigranten geregistreerd en gekeurd. In de Verenigde Staten
kon men enkel en alleen
gezonde mensen gebruiken tenzij de familie kon aantonen genoeg geld te
hebben om zelf voor de zieke te zorgen.
Afzien / Start
De meeste Noord - Limburgse emigranten reisden na hun aankomst in New York
door naar het plaatsje DePere in Wisconsin. Daar wachtte een weerzien met
familieleden en begon hun nieuwe leven. Voor velen was het afzien. Leven in
een soort van plaggenhut, hard werken, extreme weersomstandigheden, heimwee…
New way of life / Leven
De emigranten zagen kansen in de VS. De “Homestead Act” maakte het mogelijk
voor de emigranten om gratis grote stukken land te bemachtigen, zolang deze
maar gebruikt werden voor agrarische doeleinden. Een toekomst voor zichzelf
en voor de kinderen was gewaarborgd. Na enkele jaren verlaten de eerste
emigranten DePere alweer om staten elders in de VS op te zoeken. Vanaf die
tijd start de verspreiding van Noord Limburgse emigranten door de gehele VS.
|

Vertrek, scene

Het hotel van de Holland Amerika
lijn in Rotterdam. Het houten gebouwtje werd gebruikt als kerk

Bij aankomst in Amerika werden
de emigranten met kleine schepen naar Ellis Island gebracht

Fam. Mathey-Willems voor hun
huis aan de Americaanseweg in Horst

Zo begon de familie Mathey in
Amerika rond 1900

Het bedrijf van de familie
Mathey, Trenary, Michigan 1913
|
|

John Smits |
John Smits
In 1845 werd hij als Johannes
Smits geboren in Swolgen als zoon van Cornelius Smits uit Haps en Johanna
Willems uit Maashees. Zijn vader overleed toen hij pas 11 jaar was. Hij was
de oudste en zorgde samen met zijn moeder voor zijn jongere broertjes en
zusjes. Op diverse manieren verdiende hij de kost voor "zijn gezin". Als
schaapherder, maar het is ook bekend dat hij als tiener eieren ging verkopen
op de markt in Rotterdam (!).
In 1852 was grootvader Smits (uit Haps) met een aantal van zijn kinderen en
kleinkinderen naar Amerika gegaan. Johannes ging in 1869, op uitnodiging van
een oom, ook naar Amerika.
Daar werkte hij eerst een aantal jaren in een "brickyard"
(steenbakkerij), zoals zoveel van de toenmalige emigranten. Hij leerde de
Engelse taal en werd uiteindelijk notaris in DePere. Zo was hij in staat om
diverse emigranten te helpen met officiële documenten, zowel in het
Nederlands als in het Engels. Heel handig voor de afwikkeling van een
erfenis uit het oude vaderland.
John was een actieve handelsman, want in 1873 werd hij ook een agent van de
Red Star Line en van de Pennsylvania Spoorwegen. Hij regelde de overtocht
naar Amerika van diverse emigranten uit Noord-Limburg.
Hij schreef regelmatig brieven naar het Venloosch Dagblad, die ze in de
krant publiceerde. Hij kondigde op die manier ook zijn eigen huwelijk (en
dat van andere emigranten) aan. Op deze manier bleef een groter publiek op
de hoogte van de belevenissen van de emigranten in Amerika.
En John is een tijdje burgemeester van DePere geweest. In Amerika wordt de
burgemeester gekozen. John mocht dit ambt twee jaar lang uitoefenen. Een
compliment voor bewezen diensten zou je kunnen zeggen. |

John Hockers
|
John Hockers
Jan Hockers werd in 1841 in
Sevenum geboren, als zoon van Gerard Hockers en Joanna Verhaag. Zijn ouders
overlijden al in 1856 en 1862. In 1869 waagt Jan als een van de eerste uit
Sevenum de sprong naar Amerika. Hij begint er een "brick yard"
(steenbakkerij). De zaken lopen voorspoedig en er wordt diverse keren
uitgebreid. Men heeft goed en betrouwbaar personeel nodig. Jan, inmiddels
wordt hij John genoemd, denkt dat in zijn geboorteland te vinden.
In maart 1873 is hij in Limburg en keert hij met de SS Rotterdam terug naar
Amerika. Op dit schip zijn talloze Noord-Limburgers die in Amerika hun geluk
gaan vinden. Velen van hen gaan eerst aan de slag in de "brick yard"
van Hockers. Ook de broer en de zusters van John met hun eventuele partners
en kinderen gaan met hem mee. John kan beschouwd worden als de kwartiermaker
van de familie.
Op hetzelfde schip reisde ook de familie Roffers uit Wanssum. Maria Anna, de
25-jarige dochter, trouwt meteen na aankomst in Amerika met John. Samen
krijgen ze 11 kinderen.
Ook de "brick yard" van Hockers krijgt te maken met "The Panic of
1873" (zie ook het verhaal van Godfried Baeten). De Hockers "yard"
was één van de drie die deze economische depressie overleefden. Sterker nog,
het bedrijf bestaat tegenwoordig nog steeds. Nog steeds worden er bakstenen
gemaakt onder de naam Hockers, als enige van de oorspronkelijke 8 "brick
yards".
Op 21 januari 1928 overlijdt John in De Pere, WI. De brick yard is dan al
langere tijd in handen van zijn zonen. Tegenwoordig zijn het nog steeds de
Hockers die het bedrijf voortzetten.
John zorgt er niet alleen voor dat er diverse Noord-Limburgers in Amerika
terecht komen. Velen van hen biedt hij in eerste instantie kost en inwoning
aan. Uiteraard met name degenen die in zijn brick yard gaan werken. |