|
Wisseltentoonstelling van
13 november 2008 t/m
1 november 2009:
"Die Twelf Maendekens ’s
Iaers"
Plattelandsleven in de Middeleeuwen
Januari

Deze miniatuur is in 1493
gemaakt in Parijs en maakt deel uit van de “Calendrier des Bergers”
Toelichting en bijzondere details:
* Dat het hier gaat om een afbeelding die betrekking heeft op de maand
januari is te zien aan de twee sterrenbeelden van januari n.l. Steenbok en
Waterman (rechts afgebeeld).
* Het vuur brandt in een open schouw. Als regel werd er vroeger in huis
maar op één plaats gestookt.
* De beide personen zijn warm gekleed. Het mag dan in de buurt van de het
haardvuur wat aangenamer zijn, in de rest van het huis is het steenkoud.
* Om zich tegen optrekkende kou te beschermen heeft de heer des huizes een
kussen onder zijn voeten.
* Op de ronde tafel ligt een wit tafelkleed met daarop een mes, een beker,
een tinnen kan, een aantal broodjes, een zoutpotje en een bord met
gebraden gevogelte.
* De vrouw brengt een kommetje met “pâté de la maison”. Smakelijk eten!
* Het interieur is bepaald niet alledaags. Het gaat ongetwijfeld om een
welgestelde burger die zich wel wat kan veroorloven. Dat blijkt niet
alleen uit de fraaie kleding en de mooi gedekte tafel maar ook uit de
schouw van natuursteen, het raam met glas in lood en de speciaal bewerkte
tegels op de vloer.
Aanvullende opmerkingen:
1 Behalve koud was het in de wintermaanden binnen ook erg donker. Het
haardvuur was vaak de enige lichtbron (evt aangevuld met een kaars of een
olielampje)
2 Attendeer bezoekers ook op de tinnen kannetjes die uit de eigen
collectie komen.
Februari

Deze miniatuur komt uit een
Vlaams getijdenboek van ca 1500
Toelichting en bijzondere details:
* Dat deze miniatuur betrekking heeft op februari is te zien aan het
sterrenbeeld Vissen.
* Ieder kiest zo zijn eigen manier om de zware takkenbos te dragen: onder
de arm, op het hoofd of op de rug.
* De boomstronken geven aan dat er niet alleen hout werd gesprokkeld maar
dat er ook bomen werden gekapt.
* Van links naar rechts over de afbeelding is een gevlochten haag te zien
een z.g. “tuun”. Deze hagen waren nodig om tuinen en erven te beschermen
tegen loslopende dieren.
* Het totaalbeeld toont een echt winterlandschap. Februari behoorde
vroeger tot de echte wintermaanden!
* Op het bovenste deel van afbeelding is een stukje van de kalender van
februari te zien. Bij elke dag is er een kerkelijke feestdag ingevuld b.v.
het feest van de apostel Mattheus (5e regel van boven).
Aanvullende opmerkingen:
1 Hout sprokkelen van was een vrije aangelegenheid. Voor het kappen van
bomen was toestemming nodig van de grondbezitter. Die vroeg daar
ongetwijfeld een vergoeding voor.
2 Amalia van Lisdonk laat weten dat vrouwen die een ‘korte’ schort dragen
(zonder bovenstuk) van jongere leeftijd zijn.
Maart

Deze miniatuur is afkomstig
uit het Breviarium Grimani dat ca 1510 werd vervaardigd in Vlaanderen.
Toelichting en bijzondere details:
* Eindelijk is de winter voorbij en kan er buiten gewerkt worden.
* Op de achtergrond een ommuurde stad met diverse kerktorens.
* In de wijngaard wordt volop gewerkt. Met pikhouweel en schop worden
gaten in de grond gemaakt waarin de jonge wijnstokken worden geplant.
* In heuvelachtige gebieden spoelt gedurende de wintermaanden een deel van
de vruchtbare grond naar beneden. Twee mannen zijn doende die afgespoelde
grond in manden weer naar boven te sjouwen. Daarbij gaat het al gauw om
30-40 kg per vracht. Een zeer zwaar karwei dus. Niet voor niets steunen ze
daarbij op een stok.
* Op de voorgrond een boer die aan het ploegen is.
* De ploeg is helemaal van hout gemaakt behalve de ploegschaar.
Deze is van ijzer. De ploeg wordt ondersteund door twee wielen. Men
spreekt dan van een karploeg.
* De ploeg wordt getrokken door twee ossen met om hun nek een houten juk
* Het is een lastig en zwaar karwei om de ploeg en de beide ossen in goede
banen te leiden. Een Vlaamse volkswijsheid luidt “Een os is een gepros”
waarmee gezegd wil zijn dat het werken met een os lastig is. Meestal zijn
daarvoor twee mannen nodig.
Aanvullende opmerkingen:
1 De trekkracht van ossen is beperkt mede door de wat onhandige manier van
bespannen. Als de dieren gaan trekken wordt het juk naar achter getrokken
en wordt bij de dieren de adem afgesneden. Later (zie bij de afbeelding
van augustus)is men het juk gaan verbinden met de horens (of plaatste men
zelfs het hele juk voor de horens) zodat het juk niet meer naar achter kon
schieten.
2 Ossen hebben minder trekkracht dan paarden maar zijn goedkoper in
gebruik (gras en hooi ipv haver)) en leveren op termijn ook nog vlees,
leer, beenderen en horens (b.v. voor inktpot of verfhouder). Ossenhaar
werd gebruikt voor het maken van vilt.
3 Voor zeer zware vrachten b.v. grote blokken steen of marmer voor kerken
waren soms wel 30 tot 40 ossen nodig!
April

Deze miniatuur is afkomstig
uit het Da Costa getijdenboek, vervaardigd in Brugge ca 1515 door Simon
Benin
Toelichting en bijzondere details:
* Een nieuwe lente! Er is al een aantal lammetjes geboren. Eén daarvan
zoekt melk bij de moeder. De herder draagt een lammetje op de arm.
* In de kudde bevindt zich ook een zwarte bok. Verondersteld werd dat hij
alle onheil die de kudde zou kunnen bedreigen op zich zou nemen
(“zondebok”)
* De schaapskudde vertrekt naar de heidegronden buiten het dorp.
* De herder (“scheper”) draagt een stok met schepje ook wel “schopje”
genoemd. Hiermee gooit hij kluitjes aarde naar een schaap dat de verkeerde
kant op gaat.
* Nu het gras weer gaat groeien is er genoeg voer voor de koeien en gaan
ze weer melk geven. De boerin is een koe aan het melken. Ze zit daarbij op
haar knieën. De achterpoten van de koe zijn met een touw vastgebonden om
te voorkomen dat de koe de bak met melk omstoot.
* Melk was vroeger moeilijk te conserveren. Het grootste deel werd dan ook
gebruikt voor de bereiding van boter en kaas. In de deuropening is een
vrouw bezig met het karnen van melk.
Aanvullende opmerkingen:
1 Wijs de bezoekers op de karnton uit eigen collectie die practisch
hetzelfde is als die op de afbeelding van april.
2 Karntonnen werden in de loop van de tijd voorzien van een houten deksel
met een gat er in. Dat maakte het werken er mee gemakkelijker omdat de
stok ( de z.g. pols) die op en neer bewogen wordt dan niet alle kanten op
kan schieten Oudere karntonnen hadden dat deksel-met-gat niet. Karnen deed
men toen nog ”uit de losse pols”
Mei

Deze miniatuur is afkomstig
uit het getijdenboek van Hendrik VIII ca 1500
Toelichting en bijzondere details:
* In tegenstelling tot de andere maanden staan nu niet de werkzaamheden op
het land centraal. In de mooie maand van mei is de liefde het centrale
thema.
* De jongeman en zijn geliefde hebben een mei-tak in de hand als symbool
van onderlinge genegenheid en vruchtbaarheid
* Het meisje heeft een bloemenkrans op haar hoofd.
* Beiden dragen kostbare kleding en verraden daarmee hun adellijke kom af.
* Het meisje draagt om haar middel een witte omslag. Wellicht is zij
zwanger.
* Het hondje is symboliseert de wederzijdse trouw.
* Onderaan is nog een stukje van de mei-kalender te zien, Daarop wordt
o.a. aangegeven:
- mei (mayus) telt 31 dagen (XXXI)
- de maan (Luna) telt 29 dagen (XXIX)
- op bijna elke dag is er een kerkelijk feest bijvoorbeeld op 1 mei het
feest van de apostelen Philippus en Jacobus.
Juni

Deze miniatuur is afkomstig
uit een getijdenboek, vervaardigd in Brugge ca 1530 door Simon Benin.
Toelichting en bijzondere details:
* Het totaalbeeld is wel erg romantisch. Niemand ziet er bezweet uit en
iedereen is mooi gekleed. De werkelijkheid was anders. De werkkleding was
pover en er moest hard gewerkt worden van de vroege ochtend tot de late
avond.
* Centraal staan de hooiwerkzaamheden. Met een zeis wordt het gras
gemaaid. De boer op de voorgrond is daar mee bezig.
* De tweede boer maakt de zeis scherp met behulp van een wetsteen (ook wel
rekel genoemd)
* Als het gras gemaaid is wordt het met een houten hark bijeen geharkt en
op hopen gelegd.
* Zodra het hooi goed droog is wordt het op een kar geladen. Op de
afbeelding is een lege kar te zien van een type dat tot voor kort nog in
gebruik was.
* Verderop is een vol geladen kar te zien, getrokken door twee paarden.
* Links onderaan staat eten en drinken klaar.
* Ook het achtergrond-decor is de moeite van het bekijken waard:
- de rivier met zeilboot,
- de molen waar meerdere mensen aan het werk zijn
- de stad met vele torens en een stevige ommuring
Aanvullende opmerkingen:
1 Wijs de bezoekers op de zeis die in de loop van 500 jaar niet is
veranderd!
2 Wijs ook op de achtergrond van de afbeelding met stad, stadsmuur, rivier
met zeilboot
Juli

Deze miniatuur is afkomstig
uit het Breviarium Grimani, vervaardigd ca 1510 in Vlaanderen
Toelichting en bijzondere details:
* De schapenhouderij en de wolhandel waren in de Middeleeuwen zeer
belangrijke activiteiten waar veel geld in om ging. Wol was basis voor tal
van textielprodukten. Katoen en zijde waren schaars en kostbaar.
* Twee thema’s staan centraal n.l. schapen scheren en graan oogsten.
* Een tweetal schapenscheerders is aan het werk. Zij maken gebruik van een
speciale schaar die ook tegenwoordig nog benut wordt.
* Een gevlochten haag (“tuun”) dient als afrastering
* Behalve het schapen scheren wordt ook de graanoogst afgebeeld. Het graan
wordt gemaaid met zis (sikkel) en pik.
De maaiers hebben een pik (stok) in de linker hand waarmee het graan opzij
wordt geduwd. Met de zis wordt het vlak boven de grond afgemaaid. Daarna
moet het nog schoven bij elkaar worden gebonden.
* Op de achtergrond een ommuurde nederzetting.
Aanvullende opmerkingen:
1 Bij het schapen scheren leunt een fraai geklede heer op een stok. Hij
werkt niet! Verschil moet er zijn!!
2 Wijs de bezoekers op de ongewijzigde gereedschap uit eigen collectie +
het gereedschap om de zeis te haren.
3 Een van de bezoekers wist te vertellen dat men bij de graanteelt vroeger
last had van ‘moederkoren’ een schimmel die op de aren voor komt. De naam
is afgeleid van het gebruik door vroedvrouwen om weeën op gang te brengen
met behulp van deze schimmel.
Augustus

Deze miniatuur is afkomstig
uit het getijdenboek van Henry VIII, ca 1500 vervaardigd door Jean Poyet.
Toelichting en bijzondere details:
* Het centrale thema op deze afbeelding is het binnenhalen van het graan
en het dorsen ervan. Augustus is de oogstmaand!
* Het graan is hoog opgestapeld op een kar met twee houten wielen. De kar
wordt getrokken door een span ossen. Voor veel boeren waren paarden te
duur.
* De lading op de kar wordt op zijn plaats gehouden door een touw dat er
van voor naar achter over heen is gespannen.
* In de schuur is een drietal mannen bezig met dorsen van het graan met
behulp van een z.g.dorsvlegel. Een zwaar karwei! Door de klap van de
dorsvlegel vallen de graankorrels uit de aren.
* Onderaan is een deel van de kalender van augustus te zien.
Daarop wordt o.a. aangegeven:
- augustus telt 31 dagen (XXXI)
- de maan (Luna) telt 29 dagen (XXIX)
- op elke dag is er een kerkelijk feest bijvoorbeeld op 1 augustus het
feest van Petrus’-Banden
* De figuur aan de linkerkant is St Petrus
Aanvullende opmerkingen:
1 Let op de andere manier van bespannen van de ossen. Het juk is aan de
horens bevestigd en kan daardoor niet naar achter schieten en de adem van
de beesten afsnijden.
2 Bij de oogstdag in De Locht
gebruiken we dezelfde dorsvlegels als die op de afbeelding worden getoond.
September

Deze miniatuur is afkomstig
uit het Breviarium Mayer van den Bergh dat ca 1500 is vervaardigd.
Toelichting en bijzondere details:
* Het centrale thema is de grondbewerking vóór de winter. Eerst wordt het
land geploegd en daarna bewerkt met een houten eg (dwars op de richting
waarin is geploegd)
* Een boer is bezig met het zaaien van graan. Hij draagt het zaaigoed bij
zich in een speciale zaaischort. Op de voorgrond staat een linnen zak die
eveneens gevuld is met zaaigoed.
* Vogels proberen een graantje mee te pikken. Een man met pijl en boog
tracht ze te verjagen maar erg succesvol lijkt hij niet te zijn.
* Op de rivier vaart een boot die door een aantal mannen wordt geroeid.
* Aan deze zijde van de rivier trekken twee mannen een boot vooruit met
behulp van een lang touw. (De boot is uiterst links nog net zichtbaar)
* Aan de overzijde van de rivier wordt de was gedaan. Bij de stadspoort
wordt tol geheven.
* Binnen de stadsmuur staat
een ronde toren (waarschijnlijk van het stadhuis) met daarop de
wijzerplaat van een klok. Dergelijke stadsklokken waren voor het leven van
alle dag zeer belangrijk. Ze gaven niet alleen de tijd aan maar
verkondigden ook lief en leed, brand, dreiging van buitenaf e.d.
Aanvullende opmerking:
Omdat er geen riolering bestond kwamen ook uitwerpselen van mens en dier
in de stadsgracht terecht. Een bron van besmetting omdat het water ook als
drinkwater werd gebruikt. Eén van de ziekten die daardoor gemakkelijk kon
verspreiden was cholera. Tot ca 1880 ook een gevreesde ziekte in de
Hollandse steden. De verwensing “krijg de colere” verwijst naar cholera.
Oktober

Deze miniatuur is afkomstig
uit een Vlaams getijdenboek ca 1500
Toelichting en bijzondere details:
* Centraal thema is het maken van wijn. Na de pluk moeten de druiven
uitgeperst worden. Dit gebeurt in een grote houten kuip aan de linkerkant.
De man die met zijn voeten de druiven uitperst steunt daarbij op een plank
die over de kuip is gelegd. Daarmee ontlast hij zijn rug en kan hij zich
ook gemakkelijker staande houden.
* Via een opening aan de onderkant van de kuip loopt het druivensap in een
kleinere ton. Het sap wordt opgevangen en overgegoten in een groot
wijnvat.
* De aftappunten in de wijnvaten zijn met een houten plug afgesloten.
* Vrijwel de hele werkruimte is gevuld met grote houten tonnen. Deze
worden gemaakt in plaatselijke kuiperijen. Daarvoor is veel vakmanschap
vereist want de tonnen mogen natuurlijk niet lekken
* Aan de rechterkant is een weegschaal afgebeeld, het sterrenbeeld van de
maand oktober.
November

Deze miniatuur is afkomstig
uit een getijdenboek dat ca 1500 is vervaardigd in Vlaanderen of Noord
Frankrijk.
Toelichting en bijzondere details:
* Dat deze afbeelding betrekking heeft op de maand november is te zien aan
het sterrenbeeld Boogschutter dat rechts is afgebeeld.
* Het slachten van dieren in november/december was noodzakelijk. Men had
vlees nodig voor de komende winter. Bovendien was er lang niet genoeg voer
om alle dieren de winter door te helpen.
* Het slachten van dieren in het openbaar was heel gewoon.
* De poten van het rund zijn vastgebonden zodat het niet kan ontsnappen.
Het wordt gedood met een grote hamer. Een houten kuip staat klaar om het
bloed op te vangen.
* Een man en een vrouw staan klaar met bijl en messen om het gedode rund
verder te verwerken.
* Van het rund werd niet alleen het vlees benut. De huid werd gelooid tot
leer en de horens kon men gebruiken als inktpot, drinkbeker of verfhouder.
De beenderen werden benut voor schaatsen, kammen, fluitjes, schaakstukken,
knopen, lijm e.d.
December

Deze miniatuur is afkomstig
uit het Breviarium Grimani, ca 1510 vervaardigd in Vlaanderen.
Toelichting en bijzondere details:
* Buiten is het bitter koud. Er ligt een dik pak sneeuw en de ijspegels
hangen aan de dakranden.
* Op enige afstand van de woning staan bijenkorven onder een afdakje. Ook
is er een grote gemetselde duiventil en een open schaapskooi.
Duiven hield men voor vlees en mest, schapen hield men voor vlees, wol en
mest.
* De vrouw rechts heeft een warme doek over hoofd en schouders geslagen en
probeert met haar adem de handen te warmen.
* Binnen wordt een vuurtje gestookt op de grond. Er is geen rookafvoer via
een schoorsteen. De rook verdwijnt via openingen in het dak.
* De boerin zit bij het vuur en is aan het spinnen. De boer warmt zijn
handen bij het vuur.
* Op de drempel houdt een poes de wacht.
* Wildplassen is kennelijk van alle tijden.
* De kippen en het varken moeten zelf hun kostje bij elkaar scharrelen.
Een voorraad voer voor de dieren was er simpelweg niet. De kippen waren
maandenlang van de leg en menig kippetje verdween dan ook in de kookpot.
* De ingang van het kippenhok ligt hogerop en is alleen via een speciaal
kippentrappetje te bereiken. Roofdieren zoals de vos kunnen dan niet naar
binnen.
Aanvullende opmerkingen:
1 In het algemeen waren de hygiënische omstandigheden bar en boos. In huis
had men veel last van ongedierte zoals vlooien, luizen, vliegen, muizen en
ratten. Ratten droegen een dodelijk gevaar met zich mee n.l. de
pestbacillen.
De besmetting wordt van de ratten op de mensen over gebracht via vlooien.
De eerste pestepidemie is ca 1350 verspreid vanuit Zuid Italië en leidde
tot enorme sterfte onder de inwoners van Zuid en West Europa
"Het rad van de tijd"
Uur- en kalenderwijzerplaat (ca. 1500)
De originele wijzerplaat is ongeveer even groot als de reproductie die we
op de expositie laten zien en bevindt zich in het Stedelijk Museum in
Leuven.
In centrale opening zat één wijzer die het uur aan gaf. In andere opening
werd wellicht maanstand aangegeven. Het was een 24-uurs klok. Midden boven
is 12.00 uur ‘s middags en midden onder is 12 uur ’s nachts.
De wijzerplaat is opgebouwd in een aantal concentrische cirkels.

1e cirkel: Tekens van de dierenriem. Het begin van de reeks ligt
onderaan (Steenbok – januari). De anderen volgen (tegen de wijzers van de
klok in)
2e cirkel: Activiteiten van de maand. Januari (lekker eten) ligt
onderaan rechts bij 10 uur (X) Dan volgen februari, maart enz. tegen de
wijzers van de klok in. Juni (schapen scheren) staat bovenaan, december
(brood bakken) staat onderaan.
3e cirkel: De uren van dag en nacht. Midden boven is 12.00 uur ‘s
middag (tevens 22 juni) en midden onder 12 uur ’s nachts (tevens 22
december)
4e cirkel: Activiteiten van z.g. planetenkinderen. Volgens de
middeleeuwse astrologie waren de planeten van grote invloed op het leven
van de mens.
5e cirkel: Alle dagen van het jaar waarbij de letters A t/m G de 7
dagen van de week voorstellen. Het jaar begint onderaan rechts bij 11 uur
6e cirkel: Overzicht van het aantal dagen per maand. Links boven
b.v. staat vermeld dat juli 31 (XXXI) dagen telt.
In de vier hoeken de personificaties van de planeten Jupiter (links boven)
Mars (rechts boven) Mercurius (rechts onder) en Venus (links onder)
Het totaalbeeld geeft de relatie aan tussen mens, natuur en universum.
Alles hangt met alles samen in een niet ophoudende kringloop.
Het leven van de mens
Gevangen in het rad van de tijd.
"Die Twelf Maendekens ’s
Iaers" Ons hedendaags bestaan
wordt vrijwel geheel bepaald door de klok en door de kalender. De
dagindeling staat in de agenda, uurwerken liggen binnen ieders handbereik.
Niet alleen de dag is vol gepland, maar ook de hele week en ook de rest
van het jaar. De vakantie plan je soms al een jaar vooruit. Tijd bepaalt
wanneer je iets doet. In het verleden daarentegen was het begrip ”tijd”
heel summier. Het was morgen, middag of avond. Het was zondag of
doordeweeks. De tijd werd niet gemeten, en waarom ook? Het geluid in het
dorp of in de stad was het geluid van het leven. Pratende, zingende,
schreeuwende mensen, geluiden van de ambachtsman zoals de smid en de
timmerman, en daar doorheen hinniken, knorren, loeien, blaten en snateren.
Maar boven dit alles uit klonk doordringend de sfeer van de orde: de
kerkklok. De kerkklok was in feite niet alleen de enige die aan tijdmeting
deed maar dit ook nog eens liet horen. De klokken verkondigden blijdschap,
rouw, onrust, brand of onraad. Iedereen kende de betekenisvolle klanken
en wist dan wat te doen. De tijdsaanduiding was hierop gebaseerd. Ouderen
kennen dat gebruik nog wel: het luidt middag, het luidt avond, het luidt
voor de hoogmis e.d. Een gebruik dat overigens op veel plaatsen tot op
vandaag nog bestaat. Om op de juiste tijd de werkzaamheden te verrichten
was het van levensbelang de seizoenen en het weer goed te interpreteren.
De lente: eindelijk was de kou voorbij en kon er geploegd en gezaaid
worden. De zomer: de gewassen kwamen tot rijping. Met honger in de buik
wachten tot men kon oogsten. Soms was de voedselvoorraad al lang op. De
herfst: oogsten, slachten en voedsel conserveren. Er moest een voorraad
turf en brandhout worden aangelegd. De bange winter: een barre tijd waar
je gewoon doorheen moest en er maar het beste van moest hopen. Het
overgrote deel van de mensen leefde die tijd op het platteland en
beoefende de landbouw en veeteelt, vaak gemengd. Steden waren naar onze
begrippen klein: drie à vijfduizend inwoners. Om één stadsmens te voeden
waren drie boeren nodig, zo klein was toen de opbrengst van het land. In
de steden zelf waren ook boerderijen, de velden lagen dan buiten de muren,
de zogeheten Bantuin. Het hoeft geen betoog dat hierdoor nagenoeg
iedereen op de hoogte was van de landbouw en veeteelt. Afbeeldingen
van werkzaamheden op het platteland zijn o.a. te vinden in de middeleeuwse
getijdenboeken. Dit zijn gebedenboeken voor leken die vaak voorzien
werden van fraaie afbeeldingen z.g. miniaturen. In deze getijdenboeken
werden ook kalenderbladen opgenomen, voor elke maand één. Op die
kalenderbladen werden afbeeldingen opgenomen van heiligen, van bijbelse
taferelen en van landbouwwerkzaamheden in die desbetreffende maand zoals
snoeien in maart, gras maaien in juni, slachten in november enz. In deze
expositie ”Die Twelf Maendekens ’s Iaers” zijn die afbeeldingen te
bewonderen. Het zijn sterk uitvergrote miniaturen die ca 1500 zijn
vervaardigd. Ze zijn stuk voor stuk de moeite waard om zorgvuldig te
bekijken. Om U daarbij van dienst te zijn is bij elke maand een
toelichting geplaatst waar U op de bijzonderheden wordt gewezen.
Opvallend is dat de werktuigen en gereedschappen die voor het bewerken van
het land werden gebruikt tot ongeveer 1950 weinig veranderd zijn. De
oudste prent is uit ca. 900. De maanden heten hier al louwmaand,
sprokkelmaand, lentemaand enz. Ook de prenten uit de 15e, 17e en 19e eeuw
tonen hetzelfde. Dat ploegen, eggen, spitten, zaaien, oogsten slachten
enz., het zou zo in de eerste helft van de 20e eeuw neergezet kunnen
worden. Dat wil zeggen dat er gedurende meer dan 1000 jaar in de landbouw
en het plattelandshuishouden nagenoeg niets veranderde. Blijkbaar
functioneerde een en ander naar tevredenheid. Pas met de komst van de
industriële revolutie ging de boel op de schop, in die zin dat er door de
komst van machines veel arbeidsintensief werk verdween en dat de
productie groeide. Producten konden dankzij stoomtreinen en stoomboten
snel over de hele wereld gedistribueerd worden. Maar tot die tijd leefde
men van datgene wat het land, de tuin en de dieren opbrachten. Daarbij was
men volkomen afhankelijk van vorst, regen, zon en wind. Het was hard
werken geblazen. ’s Zondags naar de kerk en bidden tot allerlei heiligen
die mogelijk invloed hadden op een en ander. Op de tentoonstelling ziet U
bij elke maand een heilige, een uitvergroot miniatuur, de eeuwenoude
symbolen voor de maanden, een weerspreuk enz. En héél belangrijk en
herkenbaar: gebruiksvoorwerpen en werktuigen. In het midden van de zaal
wordt aan de huidige maand extra aandacht besteed en op het
televisiescherm worden een aantal miniaturen getoond die op deze maand
betrekking hebben. Voor de kinderen is een speciale speurtocht gemaakt die
langs de twaalf afbeeldingen leidt. Deze speurtocht is verkrijgbaar bij de
kassa. |